FAQ overgang naar LAP3

Home > Uitvoering LAP > FAQ overgang naar LAP3

FAQ overgang naar LAP3

Inhoud pagina: FAQ overgang naar LAP3

Op deze pagina vragen en antwoorden voor het bevoegd gezag over hoe om te gaan met vergunningverlening in de overgangsperiode van LAP2 naar LAP3.

1. Wanneer treedt het LAP3 echt in werking?

Inwerkingtreding van LAP 3 wordt voorzien in het vierde kwartaal van 2017.
De minister stelt het LAP vast (artikel 10.3 Wet milieubeheer). De vaststelling van het LAP moet worden bekendgemaakt in de Staatscourant. Vier weken na deze bekendmaking gaat het LAP gelden (artikel 10.12 Wet milieubeheer). De minister kan bepalen dat het afvalbeheerplan (of onderdelen daarvan) op een later tijdstip gaat gelden.

2. Wat te doen door het bevoegd gezag met vergunningaanvragen die er nu liggen?

De vergunningverlener moet rekening houden met ‘het geldende afvalbeheerplan’ bij het beoordelen van een aanvraag die (mede) betrekking heeft op afvalstoffen (volgens artikel 2.14, tweede lid WABO, en artikel 10.14 Wet milieubeheer).
Als tijdens het nemen van het ontwerp-besluit het LAP2 nog geldt, moet daaraan worden getoetst. Als bij vaststelling van het definitieve besluit het LAP3 in werking is getreden, moet daaraan worden getoetst.

3. Het verschil tussen bijlage 11 van de Activiteitenregeling en bijlage 5 van (concept)LAP3 geeft uitvoeringsproblemen. Hoe gaat het bevoegd gezag daar mee om?

Over bijlage 11 van de Activiteitenregeling:

Bijlage 11 geldt op dit moment alleen voor categorie A en B inrichtingen (artikel 2.11a Activiteitenbesluit). In artikel 2.9 van de Activiteitenregeling zijn de categorieën afvalstoffen aangewezen (via verwijzing naar Bijlage 11) waarvoor de mengverboden van artikel 10.54a Wet milieubeheer en artikel 2.12 Activiteitenbesluit gelden.

Over bijlage F.5.1 van (ontwerp)LAP3:

Bijlage F.5.1 bij LAP3 bevat ook een lijst met afvalcategorieën waarvan het beleidsmatig ongewenst is dat deze worden gemengd. Deze bijlage geldt voor categorie C inrichtingen.

De verhouding tussen beide bijlagen:

In bijlage F.5.1 van (ontwerp)LAP3 staat het volgende hierover:

“De tabel in paragraaf F.5.1 is ook de basis voor bijlage 11 van de Activiteitenregeling milieubeheer. Wijzigingen in onderstaande tabel als gevolg van gewijzigd beleid ten aanzien van mengen of ten aanzien van de indeling van de categorieën, zullen ook overeenkomstig worden doorgevoerd in de Activiteitenregeling milieubeheer bijlage 11.”

Het Activiteitenbesluit wordt aangepast zodat Bijlage 11 geldt voor alle categorieën inrichtingen. En de inhoud van de bijlage wordt aangepast aan de bijlage uit LAP3.

Hoe daar mee om te gaan?

Op het moment dat het LAP3 in werking treedt zal Bijlage 11 van de Activiteitenregeling nog niet zijn aangepast. Dit betekent dat bij overtreding van de mengverboden voor categorie C-inrichtingen nog niet rechtstreeks gehandhaafd zal kunnen worden op grond van artikel 2.12 Activiteitenbesluit. Het bevoegd gezag kan al wel (via toetsing aan het LAP3) de nieuwe bijlage van het LAP hanteren bij het vergunnen van menghandelingen door categorie C inrichtingen. En via de vergunning handhaven.

4. Hoe gaat de wetswijziging van het Bor (Besluit omgevingsrecht) over de actualisatie van vergunningen er uit zien?

In LAP3 staat dat artikel 5.10 van het Bor aangevuld wordt om actualisatie van vergunningen af te dwingen na publicatie van een nieuw LAP, of na een wijziging van een bestaand LAP. In artikel 5.10 wordt de verplichting voor het bevoegd gezag opgenomen om binnen een jaar na publicatie van het LAP:

  • Na te gaan of de vergunning voldoet aan de minimale hoogwaardigheid van verwerking van afzonderlijke afvalstoffen of categorieën afvalstoffen zoals beschreven in het afvalbeheerplan en
  • Indien nodig de vergunning(voorschriften) te actualiseren.

Wanneer gaat de wetswijzing in?

Deze wijziging van het Bor wordt meegenomen in een wijzigings-verzamel-AmvB. Inwerkingtreding is voorzien op 1 januari 2018.

Kan de grondslag van de aanvraag worden verlaten bij een actualisatie?

Aanpassingen in het LAP leiden niet tot de verplichting tot het verlaten van de grondslag van de aanvraag. Het gaat immers niet om BBT maar om minimumstandaarden voor verwerking van afvalstoffen.

Hoe beoordeelt het bevoegd gezag of een overgangstermijn moet gelden?

Waar in het LAP een nieuwe of aangepaste minimumstandaard wordt opgenomen, zal daarbij (als dit gewenst is) een overgangstermijn worden aangegeven. Deze termijn geeft aan wanneer de aanpassing van activiteiten of voorzieningen binnen de inrichting moet zijn doorgevoerd. De termijn is afhankelijk van de aard van de aanpassing. Deze termijn moet in een vergunningvoorschrift worden opgenomen.

Moet een vergunning meteen aangepast worden?

Op grond van het gewijzigde artikel 5.10 van het Bor moeten de vergunning(voorschriften) binnen een jaar na publicatie van het LAP in de Staatscourant zijn geactualiseerd. Mocht de wijziging van het Bor later in werking treden dan het LAP, dan gaat de termijn van een jaar niet lopen vanaf het moment van publicatie van het LAP, maar vanaf het moment van inwerkingtreding van het Bor.

5. Hoe weet het bevoegd gezag wanneer welke vergunningen moeten worden geactualiseerd?

Een vergunning geldt voor een inrichting en voor (afvalverwerking van) bepaalde afvalstromen. Als in de vergunning een laagwaardigere techniek is vergund dan op basis van het nieuwe/gewijzigde LAP zou kunnen worden verleend, dan geldt de actualisatieplicht.

Een lijst met wijzigingen zal na definitieve vaststelling van LAP3 beschikbaar komen via www.lap3.nl.

6. Wat betekent de actualisatieplicht voor bedrijven die onder het Activiteitenbesluit vallen (bijv. groenafval, autowrakken)?

Het Activiteitenbesluit zal aangepast moeten worden als de aanpassingen van het LAP gevolgen heeft voor de inhoud van de algemene regels van het Activiteitenbesluit.

7. Moeten OBM-vergunningen (Omgevingsvergunning beperkte milieutoets) worden aangepast?

OBM-vergunningen bevatten geen voorschriften, zodat de voorschriften ook niet kunnen worden aangepast. LAP3 leidt niet tot de noodzaak van aanpassing van OBM-vergunningen.