I Afbakening
Bouw- en sloopafval komt vrij bij het bouwen, renoveren en slopen van gebouwen en andere bouwwerken waaronder ook in de weg- en waterbouw. Dit sectorplan heeft betrekking op gemengd bouw- en sloopafval aangeboden door bedrijven uit de bouwsector, maar ook op daarmee in samenstelling vergelijkbaar bedrijfsafval en huishoudelijk restafval, zoals afval dat ongescheiden vrijkomt bij bouwen, slopen of verbouwen door particuliere huishoudens (particulier gemengd verbouwingsafval).
Gemengde fracties, waaronder sorteerresidu, blijven over na sorteren of anderszins bewerken van bouw- en sloopafval, daarmee in samenstelling vergelijkbaar bedrijfsafval en particulier gemengd verbouwingsafval. Deze gemengde fractie, vallen ook onder dit sectorplan.
Gescheiden ingezamelde monostromen van bouw- en sloopafval en monostromen die na bewerking van bouw- en sloopafval en daarmee in samenstelling vergelijkbaar bedrijfsafval en (grof) huishoudelijk afval vrijkomen, vallen niet onder dit sectorplan.[1]
Onderstaand - niet limitatief bedoeld - overzicht bevat afvalstoffen die overeenkomsten vertonen met de afvalstoffen in dit sectorplan, maar niet vallen onder dit sectorplan.
Voor deze afvalstoffen zie…
|
Kunststofafval
|
Sectorplan 11:
|
|
|
Metalen
|
Sectorplan 12:
|
|
|
Steenachtig materiaal
|
Sectorplan 29:
|
|
|
Zeefzand
|
Sectorplan 30:
|
|
|
Gips en cellenbeton
|
Sectorplan 31:
Sectorplan 32:
|
|
|
Dakafval
|
Sectorplan 33:
|
|
|
Hout
|
Sectorplan 36:
|
|
|
Asbest (asbesthoudend bouw- en sloopafval)
|
Sectorplan 37:
|
|
|
(Verontreinigde) grond
|
Sectorplan 39:
|
|
|
PCB-houdend bouw- en sloopafval
|
Sectorplan 64:
|
|
II Minimumstandaard voor verwerking
De minimumstandaard voor het be- en verwerken van bouw- en sloopafval, daarmee in samenstelling vergelijkbaar bedrijfsafval en particulier gemengd verbouwingsafval is sorteren of anderszins bewerken en het vervolgens verwerken van de daarbij ontstane monostromen conform de daarvoor geldende minimumstandaarden. Voor zover deze monostromen niet onder een minimumstandaard in het LAP vallen, moet be- of verwerking worden getoetst aan de voorkeursvolgorde, bedoeld in Hoofdstuk 5.2 van het Beleidskader.
De minimumstandaard voor gemengde fracties is nuttige toepassing al dan niet na verdere sortering of anderszins bewerken.
Sorteerresidu waarvoor materiaalhergebruik en verbranden met als hoofdgebruik brandstof niet mogelijk is, moet worden verbrand als vorm van verwijdering.
III In- en uitvoer
Het toetsingskader, de bezwaargronden en de bijbehorende procedures voor in- en uitvoer zijn opgenomen in hoofdstuk 'Toetsingskader in- en uitvoer' van het beleidskader. De uitwerking voor gemengd bouw- en sloopafval, met bouw- en sloopafval vergelijkbaar bedrijfsafval en particulier gemengd verbouwingsafval is:
(Voorlopige) verwijdering
Uitvoer voor storten is op grond van nationale zelfverzorging in beginsel niet toegestaan.
Uitvoer voor andere vormen van (voorlopige) verwijdering dan storten is in beginsel niet toegestaan, omdat nuttige toepassing mogelijk is.
Invoer voor storten is in beginsel niet toegestaan op grond van nationale wettelijke bepalingen en/of op grond van nationale zelfverzorging.
Invoer voor verbranden als vorm van verwijdering is in beginsel niet toegestaan, omdat dat niet in overeenstemming is met de Nederlandse minimumstandaard, tenzij ingeval van sorteerresidu materiaalhergebruik of verbranden met hoofdgebruik als brandstof niet mogelijk is.
Invoer voor voorlopige verwijdering is in beginsel niet toegestaan, omdat:
- voorlopige verwijdering een te storten of te verbranden restfractie oplevert, en
- het storten van de restfractie niet is toegestaan op grond van nationale wettelijke bepalingen en/of omdat de overbrenging voor storten niet is toegestaan op grond van nationale zelfverzorging en het verbranden van de restfractie niet is toegestaan wanneer dit niet in overeenstemming is met de Nederlandse minimumstandaard.
(Voorlopige) nuttige toepassing
Uitvoer voor (voorlopige) nuttige toepassing is in beginsel toegestaan, tenzij uiteindelijk zoveel van de overgebrachte afvalstof wordt gestort dat de mate van nuttige toepassing de overbrenging niet rechtvaardigt. Het toetsingskader hiervoor is paragraaf 12.6 van het beleidskader.
Invoer voor (voorlopige) nuttige toepassing is in beginsel toegestaan wanneer de verwerking in overeenstemming is met de Nederlandse minimumstandaard.
[1] Met monostroom wordt in dit kader bedoeld een eenduidige afvalstroom, in beginsel bestaande uit 1 materiaalsoort, die gescheiden is ingezameld of is afgescheiden uit een gemengde stroom.