Landelijk afvalbeheerplan 2 (LAP2)

U bent hier: HomeSectorplannenSectorplannen A-Z 30 Zeefzand

30 Zeefzand

Beleidstekst


 

I          Afbakening
 
Zeefzand bestaat in hoofdzaak uit sorteerzeefzand en brekerzeefzand. Sorteerzeefzand ontstaat bij het afzeven van het fijne materiaal in sorteerinstallaties voor bouw- en sloopafval. Brekerzeefzand ontstaat bij het voorzeven van steenachtige fracties uit bouw- en sloopafval in puinbreekinstallaties. Sorteerzeefzand is vaak verontreinigd met PAK en sulfaat en bevat vaak veel organisch materiaal.
 
Onderstaand - niet limitatief bedoeld - overzicht bevat afvalstoffen die overeenkomsten vertonen met de afvalstoffen in dit sectorplan, maar niet vallen onder dit sectorplan.
 
Voor deze afvalstoffen                             zie…

Gemengd bouw- en sloopafval / gemengde sorteerfracties
Sectorplan 28:
Steenachtig materiaal
Sectorplan 29:
(Verontreinigde) grond
Sectorplan 39:

 
 
II         Minimumstandaard voor verwerking
 
De minimumstandaard voor het be- en verwerken van brekerzeefzand en sorteerzeefzand is nuttige toepassing in de vorm van materiaalhergebruik, binnen de kaders van het beleidskader.
 
Voor partijen met een concentratie aan PAK10 gelijk dan wel groter dan 50 mg/kg droge stof is de minimumstandaard nuttige toepassing voorafgegaan door reiniging (thermisch dan wel anderszins) waarbij de aanwezige PAK, ofwel direct ofwel na te zijn afgescheiden, worden vernietigd.
 
De grens van 50 mg/kg droge stof PAK10 mag niet door mengen van partijen worden bereikt.
 
 
III       In- en uitvoer
 
Het toetsingskader, de bezwaargronden en de bijbehorende procedures voor in- en uitvoer zijn opgenomen in hoofdstuk 'Toetsingskader in- en uitvoer' van het beleidskader. De uitwerking voor zeefzand is:
 
(Voorlopige) verwijdering
Uitvoer voor storten is op grond van nationale zelfverzorging in beginsel niet toegestaan.
 
Uitvoer voor voorlopige verwijdering is in beginsel niet toegestaan op grond van nationale zelfverzorging wanneer als vervolghandeling een deel van de overgebrachte afvalstof wordt gestort.
 
Invoer voor verwijdering wordt in beginsel niet toegestaan, omdat:
  • storten niet is toegestaan op grond van nationale wettelijke bepalingen en/of omdat de overbrenging voor storten niet is toegestaan op grond van nationale zelfverzorging, en
  • voorlopige verwijdering een te storten restfractie oplevert en het storten van de restfractie niet is toegestaan op grond van nationale wettelijke bepalingen en/of omdat de overbrenging voor storten niet is toegestaan op grond van nationale zelfverzorging.
 
(Voorlopige) nuttige toepassing
Uitvoer voor (voorlopige) nuttige toepassing is in beginsel toegestaan, tenzij uiteindelijk zoveel van de overgebrachte afvalstof wordt gestort dat de mate van nuttige toepassing de overbrenging niet rechtvaardigt. Het toetsingskader hiervoor is paragraaf 12.6 van het beleidskader.
 
Toepassing van zeefzand bij de vervaardiging van mortels, die gebruikt worden als opvulling in mijnen om bodemverzakking tegen te gaan, of toepassing van zeefzand direct in zoutkoepels, worden alleen aangemerkt als een handeling van nuttige toepassing voor zover zeefzand daarbij in de plaats komt van primaire grondstoffen die anders voor het vervaardigen van de mortels of het vullen van de zoutkoepels hadden moeten worden gebruikt. Deze vervanging van primaire grondstoffen kan worden aangetoond door een bewijs van de bevoegde autoriteit ter plaatse of door een verklaring van de inrichting van verwerking waarin is aangegeven dat er sprake is van een opvulplicht. Uitvoer voor deze toepassingen is toegestaan. Indien niet is aangetoond dat er een opvulplicht is, wordt uitgegaan van (ondergronds) storten. In dat geval is uitvoer voor deze toepassingen niet toegestaan.
 

Invoer voor (voorlopige) nuttige toepassing is in beginsel toegestaan wanneer de verwerking in overeenstemming is met de Nederlandse minimumstandaard.

Landelijk afvalbeheerplan 2009-2021 (LAP)